Clubs

Carnavalsclubs,


  http://www.dea2.nl/
  http://www.siteclub.nl/dezandhazen
  http://www.bende-gek.nl
  http://www.cvhatsikidee.nl
  http://www.kepkes.com/
  http://www.likkebaerden.nl/
  http://www.lindebumpkes.nl/
  http://www.nogeentjedan.nl/
  http://www.teamplezier.nl/
  http://www.altedwe.nl/
  http://www.cvutdrankorgel.hyves.nl
  http://www.kenderkupkes.nl
  Diverse
   http://www.detentzandhazendurp.nl
   http://www.de-tent.hyves.nl


 

De geschiedenis van carnaval

Carnaval, ook wel Vastenavond genoemd, al is dit eigenlijk de dinsdagavond van carnaval, is het feest dat gevierd wordt in de dagen voorafgaand aan Aswoensdag, waarmee de vastentijd van 40 dagen aanvangt tot aan Pasen.
In Nederland worden twee soorten carnaval gevierd: Het Rijnlands carnaval en het Bourgondisch carnaval.
De Rijnlandse variant wordt veelal in Limburg en het zuidoosten van Noord-Brabant gevierd. De Bourgondische variant in het noorden en oosten van Noord-Brabant. Omdat veel 'Hollanders' meestal in Den Bosch, Tilburg en Breda carnaval vieren importeerden zij de Bourgondische variant naar de rest van Nederland. Het misverstand dat alle stedennamen veranderen met carnaval is wijdverbreid. Dit is echter alleen met het Bourgondische carnaval.
Het Rijnlandse carnaval in Nederland is een afgeleide van het Venetiaanse carnaval uit Venetië. Het Bourgondische carnaval is weer een volkse/goedkope versie van het Rijnlandse carnaval.

Oorsprong

Van oudsher is carnaval een eetfestijn, omdat het de laatste mogelijkheid was zich te buiten te gaan voor de vastentijd, waarin men zich beperkte tot het minimaal noodzakelijke. Op vette dinsdag (voor de vasten) werd al het vet wat er in huis was opgemaakt omdat het anders zou bederven. De vasten is ter herdenking van de 40 dagen die Jezus volgens het Nieuwe Testament in de woestijn vastte en tevens ook tot bezinning op de christelijke kernwaarden.
Waarschijnlijk bestond het feest al langer dan de christelijke traditie, en heeft de kerk het gemakkelijker gevonden het heidense carnaval in een katholieke traditie om te zetten dan het uit te bannen. Dit is overigens ook met andere voorchristelijke feesten gebeurd zoals Kerstmis dat oorspronkelijk een 'heidens' midwinterfeest was.
In die betekenis wordt de term afgeleid van het Latijn: carne vale (= vaarwel aan het vlees). Een andere mogelijke verklaring voor de term is het eveneens Latijnse carrus navalis: scheepswagen, hetgeen zou verwijzen naar rondtrekkende groepen in een als een schip ogende wagen of kar, het zogenaamde narrenschip, maar ook kan slaan op het schip waarmee de god van de zee der Kelten/Germanen uit het noorden kwam om deel te nemen aan de winterfeesten.
De Romeinen vierden het feest van de saturnaliën dat veel kenmerken van het hedendaagse carnaval had zoals drink en eetgelagen, een soort prins carnaval, vermommingen en optochten door de straten.
Het 'heidense' carnaval werd in heel Europa gevierd. Bijvoorbeeld in Rusland is dit feest bekend onder de naam maslenitsa (vrij vertaald: boterfeest). Antropologisch gezien is het carnaval een omkeringsritueel, waarin maatschappelijke rollen worden omgedraaid en normen over gewenst gedrag worden opgeschort.

Duur

Officieel duurt carnaval van zondag tot en met dinsdag, maar in de huidige praktijk is het vaak zo dat er tussen 11 november en het eigenlijke feest al tal van aan carnaval verbonden festiviteiten plaatsvinden, vooral in de laatste weken voor carnaval. Soms vinden er ook op Aswoensdag nog enkele carnavalsactiviteiten plaats.
Op 11 november (de elfde van de elfde), om precies 11:11u, begint het carnavalsseizoen. In Nederland wordt deze start van het seizoen in vrijwel iedere carnavalvierende plaats met een zekere ceremonie gevierd.
De reden voor deze datum ligt bij het getal 11, dat van oudsher het getal van de dwazen en gekken is. Het getal duikt dan ook veel op in zowel het Rijnlandse als het Bourgondisch Carnaval.
11 november is exact 40 dagen voor 21 december, de kortste dag. Toevallig ook de feestdag van Sint Maarten (Het Sint Maartensfeest). Dit is het begin van de donkere periode voor Kerstmis die eindigt op 2 februari Maria Lichtmis, wat weer exact 40 dagen na Kerstmis is. 2 februari is de vroegst mogelijke datum voor carnaval.
Elk jaar wordt er op elke carnavalsvereniging weer een prins en een page uitgeroepen. Bij sommige verenigingen worden er ook jeugdprinsen en jeugdpages gekozen.

Verspreiding

Het carnavalsfeest wordt in Nederland vooral in Noord-Brabant en Limburg gevierd. Daarnaast zijn er ook in de katholieke delen van Zeeuws-Vlaanderen, Twente, West-Friesland en Salland alsook in de katholieke enclaves op Zuid-Beveland en in de overwegend hervormde Achterhoek carnavalsfeesten. In de Randstad, te weten de Bollenstreek wordt ook carnaval gevierd. Overige carnavalsplaatsen boven de rivieren zijn bijvoorbeeld Lelystad, Arnhem, Zevenaar, Oud Zevenaar, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Gorinchem, Hoogland, Ter Apel en Kloosterburen.

Soorten carnaval

Nederland kent twee varianten op het carnavalsfeest; het Rijnlands en het Bourgondisch carnaval. De carnavals komen op veel vlakken overeen, maar zijn mede door hun oorsprong en unieke eigen tradities ook eenvoudig van elkaar te onderscheiden. Naast de ontstaansgeschiedenis worden hieronder ook enkele van de opvallendste verschillen vermeld.

Rijnlands carnaval

De Rijnlandse variant, die in de hele provincie Limburg en het Oosten van Noord-Brabant gevierd wordt, is gebaseerd op de carnavalsviering in steden in het westen van de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen. Vooral Keulen, dat zich op haar beurt weer veel op het carnaval van Venetië baseerde, heeft een grote invloed op de aard van dit carnaval gehad. Tegen het eind van de 19e eeuw werd het carnavalsfeest in het Rijnland gebruikt als een ludiek protest tegen de imperialistische (en protestantse) Pruisen die het gebied annexeerden. Veel van de huidige tradities kunnen herleid worden naar deze activiteiten.

  • Oude Wijven. In de week vóór carnaval zo genaamde Oude Wijvenavonden gehouden. Tijdens 'Oude Wijven' zijn de kroegen en de straten bevolkt door verklede vrouwen. Mannen die zich op straat en in de cafés naar binnen wagen lopen gevaar vernederd en weggejaagd te worden. Tot de ingeburgerde traditie op deze dag behoort het afknippen van de stropdassen (soms ook de schoenveters) die de mannen dragen. Deze traditie is vooral in Zuid-Limburg wijdverbreid.
  • Carnavalsverenigingen. Rijnlandse carnavalsfeesten worden gedomineerd door carnavalsverenigingen. Deze verenigen, waarvan er vaak meerderen per stad zijn met ieder een eigen prins en raad van elf, organiseren tijdens het carnaval hun eigen feesten voor zowel leden als niet-leden van de vereniging.
  • Kleding. Traditionele kleding bestaat uit uitgebreide kostuums. Sommigen kopen een compleet thematisch kostuum in een feestwinkel, weer anderen maken hun kostuums zelf; met dit laatste vaak is men vaak maanden bezig.
  • Kleuren. Het Rijnlands carnaval heeft drie officiële kleuren die overal terugkomen. Dit zijn rood, geel en groen.


Bourgondisch carnaval

Het Bourgondisch carnavalsfeest is de variant die in de meeste plaatsen in Noord-Brabant, en Oostelijk Zeeuws-Vlaanderen traditioneel aanwezig is. Zij vindt haar oorsprong in de welvarende steden van het Hertogdom Brabant en Graafschap Vlaanderen ten tijde van de Bourgondische Nederlanden. De insteek van het Bourgondische carnaval was oorspronkelijk dat van een gekostumeerd eetfestijn waarbij men elkaar belachelijk maakte. Door de grote armoede die heerste in Brabant vanaf de bloeitijd van de Gouden Eeuw tot de Tweede Wereldoorlog wordt het traditionele feest gekenmerkt door (schijnbare) eenvoud qua kostuums; waarvan de beroemde blauwe boerenkiel met zakdoek en de groen gekleurde carnavalshoed wellicht het meest iconisch zijn.

  • Plaatsnamen. Het is gebruikelijk voor steden met een Bourgondische carnavalstraditie (ofschoon er ook in Oostelijk Nederland enkele plaatsen met als basis het Rijnlands carnaval dit doen) om de naam tijdens carnaval te veranderen. Enkele voorbeelden zijn: Kielegat: Breda, Strienestad: Steenbergen, Kruikestad: Tilburg, Krabbegat: Bergen op Zoom, Lampegat: Eindhoven en Zandhazendurp: Rosmalen.

 

  • Carnavalsstichting. De hoofdlijnen van het carnavalsfeest (hoofdbal, sleuteloverdracht, optochten) zijn in handen van één stichting. De stichting kiest één prins (en gevolg) uit. Er is dus maar één prins per stad of dorp.
  • Motto. Veel, maar niet alle, Bourgondische carnavals hebben een officieel motto. Dit is vaak een gevleugelde uitspraak in plaatselijk dialect. In de optocht kunnen mensen zich dan naar het motto optuigen en wellicht een prijs winnen.
  • Kleding. Traditionele kleding bestaat uit oude kledingstukken, gordijnen, blauwe kielen en zakdoeken met allerlei accessoires. Vooral in het Westen van Noord-Brabant (Omgeving Steenbergen/Bergen op Zoom/Roosendaal) en Den Bosch ziet men dit in grote getale terug. Veel mensen dragen carnavalskleding en gaan bijvoorbeeld verkleed als clown, cowboy, piraat, prinses, heks etc. Er worden vaak accessoires, zoals hoeden, gebruikt.
  • Sleuteloverdracht. Bij Bourgondische carnavals ontvangt de Prins carnaval op de eerste dag van het carnaval de symbolische sleutel van de stad/dorp uit handen van de burgemeester; die 3 dagen lang 'de macht' aan hem overdraagt.


Overeenkomsten

  • Dweilorkesten. Bij Bourgondische carnavals is het gebruikelijk dat dweilorkesten tijdens het feest voor het grootste deel van de muziek (in de cafés/zalen) zorgen. In Limburg zijn de kapellen (Zaate Hermenie of Joekskapel) meer beperkt tot de optochten.
  • 11 november. Bij zowel het Rijnlandse en het Bourgondisch carnaval speelt 11-11 een belangrijke rol. In Limburg worden om 23/11:11u de eerste vergaderingen van de Raden van Elf gehouden, ter voorbereiding op de komende carnaval. In Brabant worden op datzelfde moment de nieuwe carnavalsmotto's bekend gemaakt.
  • Carnavalsoptochten.In veel plaatsen worden grote carnavalsoptochten gehouden met praalwagens, georganiseerd en gemaakt door de carnavalsverenigingen, vaak met een bepaald thema. In grotere plaatsen vindt een wedstrijd plaats wie de mooiste carnavalswagen maakt.
  • Prins en gevolg. Een herkenbaar fenomeen tijdens het carnaval is de aanwezigheid van de prins en zijn gevolg. De opmaak van dit gevolg verschilt per regio, de Prins en nar zijn echter vrijwel universeel inbegrepen.
  • Betogen in dialect. Betogen in dialect worden in beide vormen gehouden. In Brabant wordt deze persoon een tonpraoter genoemd, en zit ook daadwerkelijk in een ton, en in Limburg een buutteredner. Beiden houden een cabaretesk betoog in dialect, waarin allerlei actuele zaken de revue passeren. Vaak worden daarbij lokale situaties en bekendheden uit de lokale en regionale politiek op de korrel genomen.


De datum van carnaval

De carnavalsdatum vindt zijn huidige oorsprong in de kerkelijke kalender, die gerekend wordt vanuit Eerste Paasdag. Pasen is bepalend voor de datum van de eerste carnavalsdag. Paaszondag is, volgens het Concilie van Nicaea (325 na Christus), de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente (21 maart), deze dag kan berekend worden aan de hand van het zogenaamde Oudin-algoritme. Ga dan zeven weken terug voor de eerste Carnavalsdag (of 40 dagen voor Eerste Paasdag). Carnaval begint officieel op zondag. De zaterdag is er in de loop der jaren als extra feestdag "bijgesmokkeld". Pasen kan op zijn vroegst op 22 maart zijn en op zijn laatst op 25 april. Dit houdt in dat het vroegst mogelijke carnaval op 1 februari is, de laatst mogelijke datum is 8 maart.

carnaval 2011 - 06 maart (zondag)
carnaval 2012 - 19 februari
carnaval 2013 - 10 februari
carnaval 2014 - 02 maart
carnaval 2015 - 15 februari
carnaval 2016 - 07 februari
carnaval 2017 - 26 februari
carnaval 2018 - 11 februari
carnaval 2019 - 03 maart
carnaval 2020 - 23 februari